Meestal moet de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek worden getoetst door een booronderzoek. Dit wordt een inventariserend veldonderzoek genoemd.

Sommige gemeenten vragen eerst om een Plan van Aanpak (PvA), dat dient te worden goedgekeurd, voordat met het booronderzoek kan worden begonnen. In het PvA wordt een samenvatting van het bureauonderzoek opgenomen met daarbij een onderbouwing en beschrijving van welk type booronderzoek er nodig is voor het plangebied samen met een boorplan.

Tijdens het booronderzoek wordt gekeken of de bodem in het plangebied intact is en of deze archeologische resten bevat. De resultaten van het booronderzoek worden vergeleken met de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek. Blijkt daaruit dat er een aanzienlijke kans bestaat dat er archeologische restenaanwezig zijn, dan wordt meestal een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek aanbevolen.

Wordt er geen vervolgonderzoek geadviseerd, dan kunt u nog niet meteen met de werkzaamheden in het plangebied beginnen. De bevoegde overheid, vaak is dat de gemeente, moet eerst het rapport beoordelen en besluiten of het plangebied vanuit archeologisch oogpunt wordt vrijgegeven.

Er zijn drie typen booronderzoeken, extensief (weinig boringen) tot en met zeer intensief (veel boringen), die meestal met handboorapparatuur worden uitgevoerd.

  • Verkennend booronderzoek (extensief)
    Bij een verkennend booronderzoek wordt gekeken naar de mate van verstoring van de bodemopbouw en de intactheid van het potentiële archeologische niveau. De bodem wordt beschreven.
  • Karterend booronderzoek (intensief)
    Bij een karterend booronderzoek wordt naast de bodemopbouw ook gekeken naar de aanwezigheid van archeologische resten. Het opgeboorde bodemmateriaal wordt beschreven en daarnaast gezeefd dan wel verbrokkeld/versneden en gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische vondsten.
  • Waarderend booronderzoek (zeer intensief)
    Een waarderend booronderzoek wordt alleen uitgevoerd als er een archeologische vindplaats met archeologische resten aanwezig is. Het opgeboorde bodemmateriaal wordt beschreven en gezeefd om de omvang, datering en intactheid/conservering van de vindplaats te bepalen.